Parochiekerk

Adres kerkgebouw: Pater van Donstraat 4, 6089 NP Heibloem

De Isidoruskerk staat centraal in het dorp.

Type

De georiënteerde bakstenen zaalkerk kent een axiaal bankenplan, doorsneden door een middenpad.

Bouwgeschiedenis

Voorgangsters

Reeds voor de oorlog werden de missen in de Broederskerk bezocht door de bewoners van onder meer Heibloem. Tijdens de oorlog was het klooster van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten gevorderd ten behoeve van de NSKK Motorschule, zodat een beugelbaan in gebruik werd genomen om de missen te kunnen lezen. Na de oorlog werd (net als in Koningslust) besloten een apart rectoraat te laten oprichten, opdat de mensen van buitenaf niet meer naar de broeders hoefden te komen. Wat mee heeft gespeeld is, dat de broeders het jongensinternaat ‘De Heibloem’, dat aan het klooster was verbonden, wilden uitbreiden.

Huidige kerk

De zielzorger van het klooster, pater Bos van de paters van het Heilig Hart, kreeg in 1947 tevens de benoeming tot bouwrector, met als extra opdracht om naast een kerk ook een school te bouwen. Direct was er contact met de Provinciale Planologische Dienst (PPD) om een goede locatie vast te stellen. In 1948 reeds werd een opvolger benoemd, pater van Don. Speciaal voor hem werd de rectoraatswoning tot kloostergebied verklaard. De leden van de congregatie mochten immers niet buiten het klooster wonen, maar door deze formele handeling kon dit probleem worden opgelost. Als moederklooster gold het klooster in Asten. De rector benoemde P.H. Weegels tot architect. Het ontwerp in 1950 had een schip, dat volledig op het schip van de kerk in Haler leek. De invulling van de ramen in zijgevels is iets gewijzigd, maar verder is het vrijwel dezelfde kerk. Om financiële redenen herzag Weegels zijn plan en beperkte zich tot het schip van de kerk. P.J.H. Severins uit Kessel,die reeds de school had gebouwd kreeg de bouwopdracht. Op 29 juni 1951 nam de bouw een aanvang, op 30 maart 1952 werd de kerk door deken Omloo ingezegend. In 1962 groeide het dorp en kwam de wens op tafel de kerk af te bouwen. Weegels leverde opnieuw hiervoor plannen. Maar in 1964 rezen twijfels over de noodzaak tot vergroting. De bevolking groeide minder snel dan verwacht. Uiteindelijk werd besloten transept en koor niet meer te bouwen.

Veranderingen

Na het besluit om de kerk niet uit te breiden werd op een later moment besloten tot herinrichting van de het koor en de bouw van een sacristie. Het hoogaltaar werd verwijderd en de huidige inrichting kwam tot stand. Waarschijnlijk werd dit gelijktijdig gedaan met de bouw van de sacristie, omdat de plavuizen op het koor naadloos doorlopen in de sacristie. Waarschijnlijk werd toen ook de schoorsteen uitgebouwd tot toren. De achterste banken werden verwijderd. Dit geldt ook voor de biechtstoelen. In 1977 werd het rectoraat tot parochie verheven.

Exterieur

Koorzijde. Foto: juni 2008

De kerk is gedekt met een zadeldak met verbeterde hollandse pannen, dat wordt ontwaterd door bakgoten op een natuurstenen geprofileerde fries. De muren zijn in wild verband opgemetseld en platvol gevoegd. Het trasraam is in een lichtere kleur stenen. De kerk heeft aan de westzijde een puntgevel met natuurstenen topkruis en rollagen. De gevel is doorbroken door een roosvenster met een vierpas tracering. Hieronder bevindt zich het aangebouwde toegangsportaal, dat onder een zadeldak staat. In de topgevel bevindt zich de dubbele houten toegangsdeur. Boven de deur is een reliëf ingemetseld. Licht wordt toegelaten door twee rondboogvensters in de zijgevels van het portaal. Naast het portaal staan aan weerszijden twee gekoppelde rondboogvensters. De hoeken zijn geaccentueerd door een overhoekse ongelede steunbeer tot halverwege de daklijst. De zijgevels zijn doorbroken door zes rondboogvensters met een betonnen afzaat. Aan de oostzijde staat tegen de topgevel een rechte koorafsluiting met boven aan een rondboog met rollagen als afsluiting. Op de muur is een kruis ingemetseld. Terzijde van het koor staat aan de zuidzijde een ongelede toren onder een zadeldak. Op de plaats waar de toren is doorbroken, is een klokkenstoel gemonteerd. De toren fungeert tevens als schoorsteen. Tegen het koor staat aan de zuidzijde en sacristie onder een zadeldak.

Interieur

Zicht op het priesterkoor

Zicht op de zangtribune

Het portaal geeft toegang tot de kerk, die onder de zangtribune wordt betreden. Ter weerszijden van het portaal zijn devotiekapellen ingericht. De zangtribune heeft een convex-concave balustrade. Boven de zangtribune treedt licht binnen door een met een betonnen vierpas getraceerd roosvenster. De vloer in de kerk is bekleed met grèstegels. Hierop staan eikenhouten banken in twee blokken, doorsneden door een middenpad. Licht treedt binnen door rondboogvensters in de zijwanden. De muren zijn in wild verband opgemetseld en zijn platvol gevoegd. Onder de vensters is de muur in siermetselwerk uitgevoerd. De ruimte is onderverdeeld in vijf traveeën, die onderling zijn gescheiden door Zweedse spanten, die op een bepleisterde voet rusten. De spanten zijn omgeven door stucwerk, zodat het gestuukte tongewelf van de kerk wordt onderbroken door steekgewelven ter hoogte van de ramen. Boven de ramen is een uitgemetselde rondboog aangebracht, die rust op een natuurstenen kraagsteen. Het priesterkoor is van de rest van de kerk afgescheiden door een gemetselde trap. De vloer van het koor is bekleed met plavuizen. In de oostwand fungeert een rondboognis als koorafsluiting. Centraal staat een houten vieringaltaar, die bestaat uit een mensa op twee stipes.

(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).